Gevoel uit, overlevingsstand aan


Illustratie: iStock

𝗶𝗸 𝗱𝗼𝗲 𝗲𝘃𝗲𝗻 𝗲𝗲𝗻 𝗽𝗮𝘀 𝗼𝗽 𝗱𝗲 𝗽𝗹𝗮𝗮𝘁𝘀

𝘃𝗼𝗼𝗿𝗮𝗹 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝘁𝗲 𝗴𝗲𝗵𝗮𝗮𝘀𝘁

𝗵𝗲𝘁 𝗶𝘀 𝗱𝗼𝗻𝗸𝗲𝗿 𝗲𝗻 𝘇𝘄𝗮𝗿𝘁 𝗶𝗻 𝗺’𝗻 𝗸𝗼𝗽

𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗱𝗲𝗻𝗸 𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗱𝗮𝘁 𝗶𝗸 𝘀𝘁𝗼𝗽

𝗶𝗸 𝘇𝗲𝘁 𝗱𝗼𝗼𝗿

𝘄𝗮𝗻𝘁 𝗶𝗸 𝘄𝗶𝗹 𝗹𝗲𝘃𝗲𝗻 𝗵𝗼𝗼𝗿

Bovenstaand gedicht is geschreven door Félice - een jonge, creatieve en vooral lieve meid. Ze groeide op in Apeldoorn, maar woont nu al geruime tijd in Deventer. Muziek is haar leven en in haar vrije tijd speelt ze graag viool. Maar ook door te schrijven kan ze haar creatieve ei kwijt en lukt het haar om emoties een plek te geven.


Vandaar dat ze ook maar wat graag haar verhaal wilde doen aan Mentaal Kabaal, want ook al is er van de buitenkant weinig te zien, vanbinnen speelt er bij deze 18-jarige van alles. Al op jonge leeftijd verloor ze haar vader en kwam ze in contact met een jongen die zijn handen niet thuis kon laten. Er volgde een depressie en sindsdien leeft ze haar leven op wat ze “overlevingsstand” noemt.

Hoi Félice! Wat maakt jou precies Félice? Ik ben muzikaal, sociaal, spontaan, enthousiast, vrolijk, behulpzaam en perfectionistisch. Als ik mezelf in één woord zou moeten omschrijven zou ik zorgzaam zeggen. Maar alle hiervoor genoemde dingen passen ook bij mij; hoewel ik dat nu niet altijd voel, zie of denk.


Ik ga met de deur in huis vallen: hoe ben jij precies in overlevingsstand geraakt?

Dat had eigenlijk met twee gebeurtenissen te maken. Op 28 juni 2012 overleed plotseling mijn vader plotseling, aan hartfalen. Mijn wereld stortte toen volledig in want papa was mijn grootste held, mijn steun en toeverlaat. Van de ene op de andere dag was dat weg. In die periode zag ik hem al minder, want mijn ouders waren op het moment van overlijden al vier jaar gescheiden. Toch voelde ik mij het fijnst bij papa, en dat viel plots weg.


Hoe had deze gebeurtenis voor jou impact op de jaren die volgden?

Mijn leven veranderde enorm. Ik mis hem nog iedere dag en op bepaalde data en momenten voel ik het gemis nog sterker. Ik sta sindsdien op een soort overlevingsstand. Dat wil zeggen dat ik mijn emoties niet laat zien en dat ik continu ‘aan’ sta. Ik ben de hele tijd alert - alsof er plots dingen gaan gebeuren. Het is super vermoeiend.


De dood van papa heeft mij heel snel volwassen gemaakt. Sterker of niet, het heeft mij in ieder geval op korte tijd laten veranderen van kind naar ‘volwassene’. Soms heb ik daar best wel wat moeite mee, omdat ik weer graag dat onbezorgde kleine meisje van vroeger terug wil. Ik denk dat ik zo snel opgroeide omdat alles ineens compleet veranderde. Mijn leven was niet meer hetzelfde, want mijn grootste steun was er opeens niet meer. Daarnaast wilde ik ook nog eens de sterkste zijn thuis: er zijn voor iedereen, alles doen om ervoor te zorgen dat ik veilig bleef. Ik miste het veilige gevoel bij papa en dat kreeg ik een klein beetje terug als ik voor iedereen zorgde. Toch zit ik sindsdien in overlevingsstand… ik heb de gebeurtenis nooit echt verwerkt en ik heb er evenmin om gerouwd.


Wat was die tweede gebeurtenis?

Dat gebeurde in 2017, op de dag dat ik werd misbruikt door een jongen die ik leuk vond. Ik heb het jarenlang (tot 2019 om precies te zijn) verzwegen voor iedereen, maar zoals ik al zei: ik zit nog steeds in de overlevingsstand, en dat maakt mij moe. Destijds besloot ik geen aangifte te doen, puur uit angst, en dat was een grote fout. Ik denk dat als ik dat wel had gedaan en erover had gepraat, dat ik het beter had kunnen verwerken. Nu heb ik dagelijks herbelevingen vermijd ik bepaalde plekken. Dat is onwijs vermoeiend [red. uit het rapport Seksuele gezondheid in Nederland 2017 blijkt dat 6% van alle mannen en 22% van de vrouwen in hun leven te maken heeft gehad met seksueel geweld. Als je zoenen of ongewenste aanrakingen meetelt, liggen deze percentages nog vele malen hoger: 19% van de mannen en 53% van de vrouwen.].

Illustratie: iStock

Wanneer kreeg je voor het eerst depressieve gedachten?

In groep 6 hadden we met de klas een groep op WhatsApp. Op een dag ontstond daar een ruzie en noemde een jongen, S, mij uit het niets een hoer. Dat raakte mij. Ik was volledig in paniek en appte een vriendin: ‘ik wil dood’. Uiteindelijk leverde dat allemaal gedoe op, maar werd het wel opgelost. Later die week hebben we het er met de hele klas over gehad. Iedereen dacht toen dat het opgelost was, maar die gedachte ‘ik wil dood’, is niet meer uit mijn hoofd gegaan.


Het was vanaf die dag dat ik een soort stemmetje in m’n hoofd kreeg. Een stemmetje dat mij een heleboel negatieve dingen vertelde. Zo kon ik volgens die stem nooit iets goed doen, was ik te dik, moest ik afvallen, moest ik mezelf beschadigen en verminken, en moest ik vooral niet laten zien wat ik voelde - dat was namelijk zwak. Ik kreeg ook steeds meer dwanghandelingen die ik van mezelf moest uitvoeren. Ik heb bijvoorbeeld toen papa overleed mezelf jarenlang de schuld gegeven: ik had immers niet de juiste handelingen gedaan op dat moment, en ik was dus 'schuldig aan zijn dood'.


Kon je daar met je omgeving over praten?

Zeker niet. Met name niet vanuit de angst dat anderen mij niet serieus zouden nemen. Ik heb het altijd verzwegen, alleen als er specifiek om gevraagd werd vertelde ik er iets over.

In de derde klas moest ik een brief over mijzelf aan mijn mentor schrijven. Dat was de eerste keer dat ik hulp zocht. Ik heb toen voor het eerst open kaart gespeeld: over mijn (toen) eetprobleem, depressieve gevoelens, suïcidaliteit, zelfbeschadiging, etcetera. Hij schrok daar enorm van en is naar de zorgcoördinator gegaan, die mama uitnodigde voor een gesprek, en zo is het balletje gaan rollen.


Hoe kwam je erachter dat je depressief was?

Dat besef kwam volgens mij toen ik in twee havo een sterke drang kreeg om mezelf te beschadigen, om te automutileren. Toen realiseerde ik me pas echt dat ik een probleem had, dat ik niet zoals andere klasgenoten was. Op de momenten dat zij echt vrolijk, blij of gestresst waren, voelde ik niks. In mijn hoofd was ik namelijk continu bezig met negatieve dingen en alles wat ik voelde onderdrukte ik.


Als je depressie een naam kon geven, welke naam zou jij het dan geven en waarom?

Tynn, het betekent donker/zwart. Ik vind dat een depressie precies dat is. Het is donkerte, leegte, één grote zwarte wolk. Het voelt alsof iedereen in de zon staat, behalve ik. Ik sta in de regen, onder een grote zwarte wolk, verborgen in de mist.

Illustratie: iStock

Wat is het moeilijkst aan depressief zijn?

Dat mensen het niet kunnen zien. Er is veel onbegrip omdat mensen niet snappen hoe het is. Je kan het niet laten zien, want het is een gevoelsding. Er is geen handleiding van dit is een depressie en zo voelt dat en dit denk je dan. En dat is lastig, want mensen weten niet hoe het is. Het is ongrijpbaar.


Uiteindelijk werd je opgenomen. Weer zo’n heftige gebeurtenis. Hoe was dat voor jou?

Ik ben twee keer opgenomen geweest. Het ging niet meer; ik was weer onwijs suïcidaal, had serieuze suïcideplannen, en ik voelde mij énorm onveilig. Dat gevoel was heel dubbel: enerzijds wilde ik niet meer leven maar tegelijkertijd werd mijn thanatofobie heel sterk [red. thanatofobie is een intense, irrationele angst voor de dood].


Beide keren was een opname op dat moment de beste oplossing, maar mijn behandelaren en ik willen het voor nu zoveel mogelijk voorkomen, omdat het geen ‘natuurlijke’ oplossing is. Het heeft geholpen omdat je op het moment van opname even uit de heftige, grote wereld stapt en jezelf beter leert kennen. Je krijgt handvatten aangereikt en je kunt samen met verpleegkundigen in gesprek gaan, je kunt altijd bij iemand terecht als je er even doorheen zit. Je staat tijdens zo’n opname wat minder alleen.


Op social media praat je openlijk over jouw mentale welzijn. Heel stoer, want dat durft lang niet iedereen. Hoe belangrijk is deze uitlaatklep voor jou?

Heel erg belangrijk! Ik ben echt een grote voorstander van openheid over mentale gezondheid, zeker omdat het een soort ‘taboe’ is. Het taboe komt denk ik door de prestatiesamenleving waarin we leven. Dat is vooral in rijke, welvarende landen het geval. Alles is gericht op presteren, presteren en nog eens presteren. Er zit een enorm stigma op praten over mental health, en daar zou ik graag het tegenovergestelde voor willen bereiken.


Illustratie: iStock

Hoe reageert je omgeving daar op?

Op Instagram hebben we een mental health/recovery community en daar wordt veel over het thema gedeeld. In deze community hebben mensen eigenlijk allemaal wel een mentaal probleem (of meerdere) en dat wordt onderling met elkaar gedeeld via posts en stories. Het is heel open; je haalt er veel (h)erkenning uit. De mensen die deel uitmaken van deze community hebben vaak twee verschillende accounts: een ‘gewoon’ account voor familie en vrienden en dergelijke, en een ‘recovery’ account, waar voornamelijk gesproken wordt over mentale issues. Maar het staat vaak apart van hun ‘persoonlijke’ account. Waardoor er een soort tweedeling ontstaat: de recovery community en de openbare community. Dat vind ik vaak wel lastig. Ik probeer zoveel mogelijk een balans te vinden, maar het blijft moeilijk.

Hoe kijk je naar de toekomst en wat is jouw advies voor anderen?

Ik durf niet goed te kijken naar de toekomst. Dat eindigt bij mij namelijk altijd met nadenken over de dood, wat weer paniekaanvallen oplevert vanwege mijn thanatofobie. Dat is niet fijn, dus leer ik momenteel om niet te ver in de toekomst te kijken. Ik probeer vooral in het hier en nu te leven. Wel hoop ik te herstellen van anorexia en depressie. Daarbij geldt wel dat ik altijd een hogere kans heb op een terugval, omdat ik aanleg heb voor mentale problemen.


Een lichtpuntje is dat ik vorige week te horen heb gekregen dat Boekscout mijn dichtbundel wilt uitgeven. Dat is natuurlijk geweldig! Ik sta nog wel helemaal aan het begin van het proces, maar toch... dat vind ik wel iets positiefs om mee af te sluiten.